NEDERLANDS
🇳🇱

    Optrek

    uncommonZipf 2.5

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de optrek

      Zelfstandig naamwoord/'ɔptrɛk/

      enkelvoud

      optrekoptrekje

      meervoud

      optrekkenoptrekjes
    • optrekken

      Werkwoord/'ɔptrɛkən; 'ɔptrɛkə/

      infinitief

      optrekken

      tegenwoordige tijd

      trek opoptrektrekt opoptrekttrekken opoptrekken

      verleden tijd

      trok opoptroktrokken opoptrokken

      tegenwoordig deelwoord

      optrekkendoptrekkende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren