NEDERLANDS
🇳🇱

    Opvliegen

    uncommonZipf 2.5

    werkwoord

    • opvliegen

      Werkwoord/'ɔpfliɣən; 'ɔpfliɣə/

      infinitief

      opvliegen

      tegenwoordige tijd

      vlieg opopvliegvliegt opopvliegtvliegen opopvliegen

      verleden tijd

      vloog opopvloogvlogen opopvlogen

      tegenwoordig deelwoord

      opvliegendopvliegende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren