NEDERLANDS
🇳🇱

    Opvliegende

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord; adjectief

    • opvliegen

      Werkwoord/'ɔpfliɣən; 'ɔpfliɣə/

      infinitief

      opvliegen

      tegenwoordige tijd

      vlieg opopvliegvliegt opopvliegtvliegen opopvliegen

      verleden tijd

      vloog opopvloogvlogen opopvlogen

      tegenwoordig deelwoord

      opvliegendopvliegende
    • opvliegend

      Bijvoeglijk naamwoord/ɔp'fliɣənt/

      stellende trap

      opvliegendopvliegendeopvliegends

      vergrotende trap

      opvliegenderopvliegendereopvliegenders

      overtreffende trap

      opvliegendstopvliegendste

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren