NEDERLANDS
🇳🇱

    Opzak

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord

    • opzakken

      Werkwoord/'ɔpsɑkən; 'ɔpsɑkə/

      infinitief

      opzakken

      tegenwoordige tijd

      zak opopzakzakt opopzaktzakken opopzakken

      verleden tijd

      zakte opopzaktezakten opopzakten

      tegenwoordig deelwoord

      opzakkendopzakkende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren