Opzitten
uncommonZipf 2.6
werkwoord
opzitten
Werkwoord/'ɔpsɪtən; 'ɔpsɪtə/infinitief
opzittentegenwoordige tijd
zit opopzitzitten opopzittenverleden tijd
zat opopzatzaten opopzatentegenwoordig deelwoord
opzittendopzittende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.