NEDERLANDS
🇳🇱

    Opzitten

    uncommonZipf 2.6

    werkwoord

    • opzitten

      Werkwoord/'ɔpsɪtən; 'ɔpsɪtə/

      infinitief

      opzitten

      tegenwoordige tijd

      zit opopzitzitten opopzitten

      verleden tijd

      zat opopzatzaten opopzaten

      tegenwoordig deelwoord

      opzittendopzittende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.