NEDERLANDS
🇳🇱

    Ouwehoer

    uncommonZipf 2.8

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de ouwehoer

      Zelfstandig naamwoord/ɔuwə'hur/

      enkelvoud

      ouwehoer

      meervoud

      ouwehoeren
    • ouwehoeren

      Werkwoord/ɔuwə'hurən; ɔuwə'hurə/

      infinitief

      ouwehoeren

      tegenwoordige tijd

      ouwehoerouwehoertouwehoeren

      verleden tijd

      ouwehoerdeouwehoerden

      tegenwoordig deelwoord

      ouwehoerendouwehoerende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.