NEDERLANDS
🇳🇱

    Overgesprongen

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • overspringen

      Werkwoord/'ovərsprɪŋən; 'ovərsprɪŋə/

      infinitief

      overspringen

      tegenwoordige tijd

      spring overoverspringspringt overoverspringtspringen overoverspringen

      verleden tijd

      sprong overoversprongsprongen overoversprongen

      tegenwoordig deelwoord

      overspringendoverspringende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren