NEDERLANDS
🇳🇱

    Overschiet

    uncommonZipf 2.1

    overblijven; over iets heen schieten; schietend bedekken met

    • overschieten

      Werkwoord/'ovərsxitən; 'ovərsxitə/

      overblijven; over iets heen schieten

      infinitief

      overschieten

      tegenwoordige tijd

      schiet overoverschietschieten overoverschieten

      verleden tijd

      schoot overoverschootschoten overoverschoten

      tegenwoordig deelwoord

      overschietendoverschietende
    • overschieten

      Werkwoord/ovər'sxitən; ovər'sxitə/

      schietend bedekken met

      infinitief

      overschieten

      tegenwoordige tijd

      overschietoverschieten

      verleden tijd

      overschootoverschoten

      tegenwoordig deelwoord

      overschietendoverschietende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren