Overtrokken
uncommonZipf 2.5
adjectief; bekleden; overdreven voorstellen; voorbijdrijven; calqueren; halen; oversteken
overtrokken
Bijvoeglijk naamwoord/ovər'trɔkən; ovər'trɔkə/stellende trap
overtrokkenovertrokkensvergrotende trap
overtrokkenerovertrokkenersovertreffende trap
overtrokkenstovertrokkensteovertrekken
Werkwoord/ovər'trɛkən; ovər'trɛkə/bekleden; overdreven voorstellen
infinitief
overtrekkentegenwoordige tijd
overtrekovertrektovertrekkenverleden tijd
overtrokovertrokkentegenwoordig deelwoord
overtrekkendovertrekkendeovertrekken
Werkwoord/'ovərtrɛkən; 'ovərtrɛkə/voorbijdrijven; calqueren; halen; oversteken
infinitief
overtrekkentegenwoordige tijd
trek overovertrektrekt overovertrekttrekken overovertrekkenverleden tijd
trok overovertroktrokken overovertrokkentegenwoordig deelwoord
overtrekkendovertrekkende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.