NEDERLANDS
🇳🇱
  • Overweg
    Bijwoordgoed met iemand kunnen omgaan

Overweg

  • overweg

    Bijwoord

    goed met iemand kunnen omgaan

    1. omgang

      Kunnen omgaan met iemand; samen zijn of werken zonder grote problemen.

      Ik kan goed met mijn nieuwe collega overweg.

    overweg kunnen metgoed overweg kunnen metniet overweg kunnen metmet iemand overwegslecht overweg kunnen met

Blijf leren