NEDERLANDS
🇳🇱

    Paai

    uncommonZipf 2.1

    paren; besmeren; sussen

    • paaien

      Werkwoord/'pajən; 'pajə/

      paren

      infinitief

      paaien

      tegenwoordige tijd

      paaipaaitpaaien

      verleden tijd

      paaidepaaiden

      tegenwoordig deelwoord

      paaiendpaaiende
    • paaien

      Werkwoord/'pajən; 'pajə/

      besmeren

      infinitief

      paaien

      tegenwoordige tijd

      paaipaaitpaaien

      verleden tijd

      paaidepaaiden

      tegenwoordig deelwoord

      paaiendpaaiende
    • paaien

      Werkwoord/'pajən; 'pajə/

      sussen

      infinitief

      paaien

      tegenwoordige tijd

      paaipaaitpaaien

      verleden tijd

      paaidepaaiden

      tegenwoordig deelwoord

      paaiendpaaiende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren