NEDERLANDS
🇳🇱

    Paars

    A2commonZipf 3.6

    adjectief; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • paar

      Bijvoeglijk naamwoord/'par/

      stellende trap

      paarparepaars
    • het paars

      Zelfstandig naamwoord/'pars/

      enkelvoud

      paars

      meervoud

      paarsen

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren