NEDERLANDS
🇳🇱

    Paasweekend

    uncommonZipf 2.1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • het paasweekend

      Zelfstandig naamwoord/'paswikɛnt/

      enkelvoud

      paasweekendpaasweekendje

      meervoud

      paasweekendenpaasweekendspaasweekendjes

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren