NEDERLANDS
🇳🇱

    Pacht

    uncommonZipf 2.7

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de pacht

      Zelfstandig naamwoord/'pɑxt/

      enkelvoud

      pacht

      meervoud

      pachten
    • pachten

      Werkwoord/'pɑxtən; 'pɑxtə/

      infinitief

      pachten

      tegenwoordige tijd

      pachtpachten

      verleden tijd

      pachttepachtten

      tegenwoordig deelwoord

      pachtendpachtende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.