NEDERLANDS
🇳🇱

    Pamper

    uncommonZipf 2.3

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de pamper

      Zelfstandig naamwoord/'pɛmpər; 'pɑmpər/

      enkelvoud

      pamperpampertje

      meervoud

      pamperspampertjes
    • pamperen

      Werkwoord/'pɛmpərən; 'pɛmpərə; 'pɑmpərən; 'pɑmpərə/

      infinitief

      pamperen

      tegenwoordige tijd

      pamperpampertpamperen

      verleden tijd

      pamperdepamperden

      tegenwoordig deelwoord

      pamperendpamperende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren