NEDERLANDS
🇳🇱

    Parallel

    C1commonZipf 3.2

    adjectief; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • parallel

      Bijvoeglijk naamwoord/parɑ'lɛl/

      stellende trap

      parallelparallelleparallels

      vergrotende trap

      parallellerparallellereparallellers

      overtreffende trap

      parallelstparallelste
    • de parallel

      Zelfstandig naamwoord/parɑ'lɛl/

      enkelvoud

      parallel

      meervoud

      parallellen

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren