NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Paar(het)
    Zelfstandig naamwoordtwee bij elkaar
  • 22Paren
    Werkwoordverbinden samenvoegen

Bladeren

WoordenboekWoordenschatMijn woordenRecente woorden
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇳🇱
  • 11Paar(het)
    Zelfstandig naamwoordtwee bij elkaar
  • 22Paren
    Werkwoordverbinden samenvoegen
  1. NEDERLANDS
  2. /Woordenboek
  3. /Pare
WoordenboekPare

Pare

  • hetpaar

    Zelfstandig naamwoord

    twee bij elkaar

    1. twee dingen die bij elkaar horen of samen voorkomenDe schoenen en de tas passen goed bij elkaar.
    2. een paar als een onafgebroken aantal van tweeIk heb een aantal vrienden in de stad.
    3. diminutief of schattig begrip van twee itemsDie twee vogeltjes zijn zo schattig samen.
  • paren

    Werkwoord

    verbinden samenvoegen

    1. twee dingen of mensen samenbrengen of laten samenkomenDe lerares probeert de leerlingen samen te brengen voor een project.
    2. twee overeenkomende of bij elkaar passende elementen maken of vindenDe leraar vraagt ons om de getallen te paren.
    3. een paar vormenDe vogels vormen vaak een paar tijdens het paarseizoen.

Verwante woorden

gepaardpaarpaardepaardenpaartpaartjepaartjesparenparendparende

Blijf leren

Meest voorkomende Nederlandse woordenOefenen