NEDERLANDS
🇳🇱

    Pareren

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • pareren

      Werkwoord/pa'rerən; pa'rerə/

      infinitief

      pareren

      tegenwoordige tijd

      pareerpareertpareren

      verleden tijd

      pareerdepareerden

      tegenwoordig deelwoord

      parerendparerende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren