NEDERLANDS
🇳🇱

    Party

    commonZipf 3.7

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de party

      Zelfstandig naamwoord/'pɑːrti/

      enkelvoud

      partyparty'tje

      meervoud

      party'sparty'tjes
    • partyen

      Werkwoord/'pɑːrtijən; 'pɑːrtijə/

      infinitief

      partyen

      tegenwoordige tijd

      partypartytpartyen

      verleden tijd

      partydepartyden

      tegenwoordig deelwoord

      partyendpartyende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren