Passagier
A2commonZipf 3.7
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de passagier
Zelfstandig naamwoord/pɑsa'ʒir; pɑsa'ɣir/enkelvoud
passagierpassagiertjemeervoud
passagierspassagiertjespassagieren
Werkwoord/pɑsa'ʒirən; pɑsa'ʒirə; pɑsa'ɣirən; pɑsa'ɣirə/infinitief
passagierentegenwoordige tijd
passagierpassagiertpassagierenverleden tijd
passagierdepassagierdentegenwoordig deelwoord
passagierendpassagierende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.