Passerende
uncommonZipf 2.4
werkwoord; adjectief
passeren
Werkwoord/pɑ'serən; pɑ'serə/infinitief
passerentegenwoordige tijd
passeerpasseertpasserenverleden tijd
passeerdepasseerdentegenwoordig deelwoord
passerendpasserendepasserend
Bijvoeglijk naamwoord/pɑ'serənt/stellende trap
passerendpasserendepasserends
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.