NEDERLANDS
🇳🇱

    Passt

    uncommonZipf 2.6

    (de bal) schieten; werpen

    • passen

      Werkwoord/'pɑːsən; 'pasən; 'pɑsə; 'pasə/

      (de bal) schieten; werpen

      infinitief

      passen

      tegenwoordige tijd

      passpasstpassen

      verleden tijd

      passtepassten

      tegenwoordig deelwoord

      passendpassende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren