NEDERLANDS
🇳🇱

    Pastoors

    uncommonZipf 2.1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • de pastoor

      Zelfstandig naamwoord/pɑs'tor/

      enkelvoud

      pastoorpastoortje

      meervoud

      pastoorspastoortjes

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren