Pats
uncommonZipf 2.7
tussenwerpsel; zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
pats
Tussenwerpsel/'pɑts/~
patsde pats
Zelfstandig naamwoord/'pɑts/enkelvoud
patspatsjemeervoud
patsenpatsjespatsen
Werkwoord/'pɑtsən; 'pɑtsə/infinitief
patsentegenwoordige tijd
patspatstpatsenverleden tijd
patstepatstentegenwoordig deelwoord
patsendpatsende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.