NEDERLANDS
🇳🇱

    Peur

    uncommonZipf 1.8

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de peur

      Zelfstandig naamwoord/'pør/

      enkelvoud

      peur

      meervoud

      peuren
    • peuren

      Werkwoord/'pørən; 'pørə/

      infinitief

      peuren

      tegenwoordige tijd

      peurpeurtpeuren

      verleden tijd

      peurdepeurden

      tegenwoordig deelwoord

      peurendpeurende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren