NEDERLANDS
🇳🇱

    Peutert

    uncommonZipf 2.2

    werkwoord

    • peuteren

      Werkwoord/'pøtərən; 'pøtərə/

      infinitief

      peuteren

      tegenwoordige tijd

      peuterpeutertpeuteren

      verleden tijd

      peuterdepeuterden

      tegenwoordig deelwoord

      peuterendpeuterende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren