NEDERLANDS
🇳🇱

    Piek

    B1commonZipf 3.7

    top; iets wat uitsteekt; lans; gulden; wrok; hatelijkheid

    • de piek

      Zelfstandig naamwoord/'pik/

      top; iets wat uitsteekt; lans

      enkelvoud

      piekpiekje

      meervoud

      piekenpiekjes
    • de piek

      Zelfstandig naamwoord/'pik/

      gulden

      enkelvoud

      piekpiekje

      meervoud

      piekenpiekjes
    • de piek

      Zelfstandig naamwoord/'pik/

      wrok; hatelijkheid

      enkelvoud

      piek

      meervoud

      pieken
    • pieken

      Werkwoord/'pikən; 'pikə/

      prikken

      infinitief

      pieken

      tegenwoordige tijd

      piekpiektpieken

      verleden tijd

      piektepiekten

      tegenwoordig deelwoord

      piekendpiekende
    • pieken

      Werkwoord/'pikən; 'pikə/

      zeilterm

      infinitief

      pieken

      tegenwoordige tijd

      piekpiektpieken

      verleden tijd

      piektepiekten

      tegenwoordig deelwoord

      piekendpiekende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.