Pijp
A2top5000Zipf 4.1
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de pijp
Zelfstandig naamwoord/'pɛɪp/enkelvoud
pijppijpjemeervoud
pijpenpijpjespijpen
Werkwoord/'pɛɪpən; 'pɛɪpə/infinitief
pijpentegenwoordige tijd
pijppijptpijpenverleden tijd
pijptepijptentegenwoordig deelwoord
pijpendpijpende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.