Plaaster
uncommonZipf 1.8
kalkmengsel; klevend stukje materiaal; werkwoord
de plaaster
Zelfstandig naamwoord/'plastər/kalkmengsel; klevend stukje materiaal
enkelvoud
plaasterplaastertjemeervoud
plaastersplaastertjesplaasteren
Werkwoord/'plastərən; 'plastərə/infinitief
plaasterentegenwoordige tijd
plaasterplaastertplaasterenverleden tijd
plaasterdeplaasterdentegenwoordig deelwoord
plaasterendplaasterende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.