NEDERLANDS
🇳🇱

    Plaaster

    uncommonZipf 1.8

    kalkmengsel; klevend stukje materiaal; werkwoord

    • de plaaster

      Zelfstandig naamwoord/'plastər/

      kalkmengsel; klevend stukje materiaal

      enkelvoud

      plaasterplaastertje

      meervoud

      plaastersplaastertjes
    • plaasteren

      Werkwoord/'plastərən; 'plastərə/

      infinitief

      plaasteren

      tegenwoordige tijd

      plaasterplaastertplaasteren

      verleden tijd

      plaasterdeplaasterden

      tegenwoordig deelwoord

      plaasterendplaasterende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren