NEDERLANDS
🇳🇱

    Playback

    uncommonZipf 2.6

    bijwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • playback

      Bijwoord/ple'bɛk/

      ~

      playback
    • de playback

      Zelfstandig naamwoord/ple'bɛk/

      enkelvoud

      playbackplaybackje

      meervoud

      playbacksplaybackjes
    • playbacken

      Werkwoord/ple'bɛkən; ple'bɛkə/

      infinitief

      playbacken

      tegenwoordige tijd

      playbackplaybacktplaybacken

      verleden tijd

      playbackteplaybackten

      tegenwoordig deelwoord

      playbackendplaybackende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.