NEDERLANDS
🇳🇱

    Plekken

    top5000Zipf 4.3

    werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • plekken

      Werkwoord/'plɛkən; 'plɛkə/

      infinitief

      plekken

      tegenwoordige tijd

      plekplektplekken

      verleden tijd

      plekteplekten

      tegenwoordig deelwoord

      plekkendplekkende
    • de plek

      Zelfstandig naamwoord/'plɛk/

      enkelvoud

      plekplekje

      meervoud

      plekkenplekjes

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.