NEDERLANDS
🇳🇱

    Plengen

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • plengen

      Werkwoord/'plɛŋən; 'plɛŋə/

      infinitief

      plengen

      tegenwoordige tijd

      plengplengtplengen

      verleden tijd

      plengdeplengden

      tegenwoordig deelwoord

      plengendplengende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren