Pletter
B1commonZipf 3.6
iemand die of iets wat plet; in de verbinding 'te pletter'; werkwoord
de pletter
Zelfstandig naamwoord/'plɛtər/iemand die of iets wat plet
enkelvoud
plettermeervoud
plettersde pletter
Zelfstandig naamwoord/'plɛtər/in de verbinding 'te pletter'
enkelvoud
pletterpletteren
Werkwoord/'plɛtərən; 'plɛtərə/infinitief
pletterentegenwoordige tijd
pletterplettertpletterenverleden tijd
pletterdepletterdentegenwoordig deelwoord
pletterendpletterende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.