NEDERLANDS
🇳🇱

    Plons

    uncommonZipf 2.7

    tussenwerpsel; zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • plons

      Tussenwerpsel/'plɔns/

      ~

      plons
    • de plons

      Zelfstandig naamwoord/'plɔns/

      enkelvoud

      plonsplonsje

      meervoud

      plonsenplonzenplonsjes
    • plonzen

      Werkwoord/'plɔnzən; 'plɔnzə/

      infinitief

      plonzen

      tegenwoordige tijd

      plonsplonstplonzen

      verleden tijd

      plonsdeplonsden

      tegenwoordig deelwoord

      plonzendplonzende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.