NEDERLANDS
🇳🇱

    Pluimen

    uncommonZipf 2.6

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; adjectief; werkwoord

    • de pluim

      Zelfstandig naamwoord/'plœym/

      enkelvoud

      pluimpluimpje

      meervoud

      pluimenpluimpjes
    • pluimen

      Bijvoeglijk naamwoord/'plœymən; 'plœymə/

      stellende trap

      pluimen
    • pluimen

      Werkwoord/'plœymən; 'plœymə/

      infinitief

      pluimen

      tegenwoordige tijd

      pluimpluimtpluimen

      verleden tijd

      pluimdepluimden

      tegenwoordig deelwoord

      pluimendpluimende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.