Pluizen
B1uncommonZipf 2.7
bloei; voorwerp; afknagen; peuteren; pluisjes afgeven; uit elkaar trekken; reinigen
de pluis
Zelfstandig naamwoord/'plœys/bloei; voorwerp
enkelvoud
pluispluisjemeervoud
pluizenpluisjespluizen
Werkwoord/'plœyzən; 'plœyzə/afknagen; peuteren; pluisjes afgeven
infinitief
pluizentegenwoordige tijd
pluispluistpluizenverleden tijd
pluisdepluisdentegenwoordig deelwoord
pluizendpluizendepluizen
Werkwoord/'plœyzən; 'plœyzə/uit elkaar trekken; reinigen
infinitief
pluizentegenwoordige tijd
pluispluistpluizenverleden tijd
ploosplozentegenwoordig deelwoord
pluizendpluizende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.