NEDERLANDS
🇳🇱

    Pof

    uncommonZipf 2.7

    tussenwerpsel; slag; plof; deel van een kledingstuk

    • pof

      Tussenwerpsel/'pɔf/

      ~

      pof
    • de pof

      Zelfstandig naamwoord/'pɔf/

      slag; plof

      enkelvoud

      pofpofje

      meervoud

      poffenpofjes
    • de pof

      Zelfstandig naamwoord/'pɔf/

      deel van een kledingstuk

      enkelvoud

      pofpofje

      meervoud

      poffenpofjes
    • de pof

      Zelfstandig naamwoord/'pɔf/

      krediet

      enkelvoud

      pof
    • de pof

      Zelfstandig naamwoord/'pɔf/

      magnesiumpoeder

      enkelvoud

      pof
    • poffen

      Werkwoord/'pɔfən; 'pɔfə/

      neerploffen; doen neerkomen; braden

      infinitief

      poffen

      tegenwoordige tijd

      pofpoftpoffen

      verleden tijd

      poftepoften

      tegenwoordig deelwoord

      poffendpoffende
    • poffen

      Werkwoord/'pɔfən; 'pɔfə/

      op de pof kopen

      infinitief

      poffen

      tegenwoordige tijd

      pofpoftpoffen

      verleden tijd

      poftepoften

      tegenwoordig deelwoord

      poffendpoffende
    • poffen

      Werkwoord/'pɔfən; 'pɔfə/

      doen opbollen

      infinitief

      poffen

      tegenwoordige tijd

      pofpoftpoffen

      verleden tijd

      poftepoften

      tegenwoordig deelwoord

      poffendpoffende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.