NEDERLANDS
🇳🇱

    Praam

    uncommonZipf 2.1

    vaartuig; gereedschap; werkwoord

    • de praam

      Zelfstandig naamwoord/'pram/

      vaartuig

      enkelvoud

      praampraampje

      meervoud

      pramenpraampjes
    • de praam

      Zelfstandig naamwoord/'pram/

      gereedschap

      enkelvoud

      praampraampje

      meervoud

      pramenpraampjes
    • pramen

      Werkwoord/'pramən; 'pramə/

      infinitief

      pramen

      tegenwoordige tijd

      praampraamtpramen

      verleden tijd

      praamdepraamden

      tegenwoordig deelwoord

      pramendpramende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren