NEDERLANDS
🇳🇱

    Praatgraag

    uncommonZipf 2.2

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; adjectief

    • de praatgraag

      Zelfstandig naamwoord/'pratxrax/

      enkelvoud

      praatgraag

      meervoud

      praatgragen
    • praatgraag

      Bijvoeglijk naamwoord/'pratxrax/

      stellende trap

      praatgraagpraatgragepraatgraags

      vergrotende trap

      praatgragerpraatgragerepraatgragers

      overtreffende trap

      praatgraagstpraatgraagste

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren