NEDERLANDS
🇳🇱

    Practicum

    uncommonZipf 2.2

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • het practicum

      Zelfstandig naamwoord/'prɑktikʏm/

      enkelvoud

      practicum

      meervoud

      practicapracticums

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren