Praktiserend
uncommonZipf 2.4
werkwoord
praktiseren
Werkwoord/prɑkti'zerən; prɑkti'zerə/infinitief
praktiserentegenwoordige tijd
praktiseerpraktiseertpraktiserenverleden tijd
praktiseerdepraktiseerdentegenwoordig deelwoord
praktiserendpraktiserende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.