NEDERLANDS
🇳🇱

    Praktiserend

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • praktiseren

      Werkwoord/prɑkti'zerən; prɑkti'zerə/

      infinitief

      praktiseren

      tegenwoordige tijd

      praktiseerpraktiseertpraktiseren

      verleden tijd

      praktiseerdepraktiseerden

      tegenwoordig deelwoord

      praktiserendpraktiserende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren