Prangen
uncommonZipf 1.8
werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud
prangen
Werkwoord/'prɑŋən; 'prɑŋə/infinitief
prangentegenwoordige tijd
prangprangtprangenverleden tijd
prangdeprangdentegenwoordig deelwoord
prangendprangendede prang
Zelfstandig naamwoord/'prɑŋ/enkelvoud
prangmeervoud
prangen
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.