NEDERLANDS
🇳🇱

    Prangende

    uncommonZipf 2.1

    adjectief; werkwoord

    • prangend

      Bijvoeglijk naamwoord/'prɑŋənt/

      stellende trap

      prangendprangendeprangends

      vergrotende trap

      prangenderprangendereprangenders

      overtreffende trap

      prangendstprangendste
    • prangen

      Werkwoord/'prɑŋən; 'prɑŋə/

      infinitief

      prangen

      tegenwoordige tijd

      prangprangtprangen

      verleden tijd

      prangdeprangden

      tegenwoordig deelwoord

      prangendprangende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren