NEDERLANDS
🇳🇱

    Prikkelende

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord; adjectief

    • prikkelen

      Werkwoord/'prɪkələn; 'prɪkələ/

      infinitief

      prikkelen

      tegenwoordige tijd

      prikkelprikkeltprikkelen

      verleden tijd

      prikkeldeprikkelden

      tegenwoordig deelwoord

      prikkelendprikkelende
    • prikkelend

      Bijvoeglijk naamwoord/'prɪkələnt/

      stellende trap

      prikkelendprikkelendeprikkelends

      vergrotende trap

      prikkelenderprikkelendereprikkelenders

      overtreffende trap

      prikkelendstprikkelendste

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren