NEDERLANDS
🇳🇱

    Pruttelen

    uncommonZipf 2.6

    werkwoord

    • pruttelen

      Werkwoord/'prʏtələn; 'prʏtələ/

      infinitief

      pruttelen

      tegenwoordige tijd

      pruttelprutteltpruttelen

      verleden tijd

      prutteldepruttelden

      tegenwoordig deelwoord

      pruttelendpruttelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.