Pruttelen
uncommonZipf 2.6
werkwoord
pruttelen
Werkwoord/'prʏtələn; 'prʏtələ/infinitief
pruttelentegenwoordige tijd
pruttelprutteltpruttelenverleden tijd
prutteldeprutteldentegenwoordig deelwoord
pruttelendpruttelende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.