NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Publiek
    Bijvoeglijk naamwoordpubliek in algemeen
  • 22Publiek(het)
    Zelfstandig naamwoordpubliek als groep

Bladeren

WoordenboekWoordenschatMijn woordenRecente woorden
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇳🇱
  • 11Publiek
    Bijvoeglijk naamwoordpubliek in algemeen
  • 22Publiek(het)
    Zelfstandig naamwoordpubliek als groep
  1. NEDERLANDS
  2. /Woordenboek
  3. /Publieks
WoordenboekPublieks

Publieks

  • publiek

    Bijvoeglijk naamwoord

    publiek in algemeen

    1. betrekking hebbend op een grote groep mensenDe tentoonstelling is open voor een grote groep bezoekers.
    2. gemeenschappelijk of openbaarHet openbaar vervoer is belangrijk voor de stad.
    3. gerelateerd aan mensen in een bepaalde context of omgevingDe enquête is ontworpen voor een specifieke groep studenten.
  • hetpubliek

    Zelfstandig naamwoord

    publiek als groep

    1. de groep mensen die iets bijwoont of die naar iets kijktDe groepsactiviteit was erg leuk.
    2. de mensen in het algemeenDe gemeenschap is belangrijk voor sociale cohesie.
    3. de verzameling van mensen als afnemers of klantenKlanten zijn belangrijk voor ons bedrijf.

Verwante woorden

publiekpubliekepubliekenpubliekerpubliekerepubliekerspubliekjepubliekjespubliekstpubliekste

Blijf leren

Meest voorkomende Nederlandse woordenOefenen