NEDERLANDS
🇳🇱

    Punter

    uncommonZipf 2.1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; met een punter varen

    • de punter

      Zelfstandig naamwoord/'pʏntər/

      enkelvoud

      punterpuntertje

      meervoud

      punterspuntertjes
    • punteren

      Werkwoord/'pʏntərən; 'pʏntərə/

      met een punter varen

      infinitief

      punteren

      tegenwoordige tijd

      punterpuntertpunteren

      verleden tijd

      punterdepunterden

      tegenwoordig deelwoord

      punterendpunterende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren