NEDERLANDS
🇳🇱

    Push

    uncommonZipf 2.7

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de push

      Zelfstandig naamwoord/'puʃ/

      enkelvoud

      push

      meervoud

      pushes
    • pushen

      Werkwoord/'puʃən; 'puʃə/

      infinitief

      pushen

      tegenwoordige tijd

      pushpushtpushen

      verleden tijd

      pushtepushten

      tegenwoordig deelwoord

      pushendpushende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.