NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Puur
    Bijvoeglijk naamwoordzuiver en echt
  • 22Puren
    Werkwoordetmaal seizoen brengen

Bladeren

WoordenboekWoordenschatMijn woordenRecente woorden
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇳🇱
  • 11Puur
    Bijvoeglijk naamwoordzuiver en echt
  • 22Puren
    Werkwoordetmaal seizoen brengen
  1. NEDERLANDS
  2. /Woordenboek
  3. /Puurs
WoordenboekPuurs

Puurs

  • puur

    Bijvoeglijk naamwoord

    zuiver en echt

    1. niet gemengd of aangetast, volledig in zijn soortDe onvervalste chocolade is heerlijk puur.
    2. authentiek, oprechtHij is oprecht in zijn intenties.
    3. zonder negatieve eigenschappen, gecorrigeerd of verbeterdDe feedback was positief en hielp ons om verder te verbeteren.
  • puren

    Werkwoord

    etmaal seizoen brengen

    1. afzonderlijk maken van een stof of gemengd geheelHij zuivert het water door het te filtreren.
    2. de concentratie of essentie van iets naar boven halenIk concentreer me op mijn studie.
    3. iemand zijn onvrede of frustratie over iets duidelijk makenHij uit zijn frustratie over het project duidelijk tijdens de lunch.

Verwante woorden

gepuurdpurepurenpurendpurendepuurpuurdepuurdenpuurderpuurderepuurderspuurstpuurstepuurt

Blijf leren

Meest voorkomende Nederlandse woordenOefenen