Quilt
uncommonZipf 2.2
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de quilt
Zelfstandig naamwoord/'kwɪlt/enkelvoud
quiltquiltjemeervoud
quiltsquiltjesquilten
Werkwoord/'kwɪltən; 'kwɪltə/infinitief
quiltentegenwoordige tijd
quiltquiltenverleden tijd
quilttequilttentegenwoordig deelwoord
quiltendquiltende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.