NEDERLANDS
🇳🇱

    Quilt

    uncommonZipf 2.2

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de quilt

      Zelfstandig naamwoord/'kwɪlt/

      enkelvoud

      quiltquiltje

      meervoud

      quiltsquiltjes
    • quilten

      Werkwoord/'kwɪltən; 'kwɪltə/

      infinitief

      quilten

      tegenwoordige tijd

      quiltquilten

      verleden tijd

      quilttequiltten

      tegenwoordig deelwoord

      quiltendquiltende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren